informatie & inspiratie

Opstoken

Els van Strien

Was 28 jaar docent aan de IVKO in Amsterdam. De laatste jaren werkte ze als cultuurcoördinator en docent CKV en KUA.  Sinds 1 februari 2012 is ze met pensioen.

CKV-docent? Grote kans dat jij dan net als ik bent opgeleid als docent in een van de beeldende vakken, en je met leerlingen naar musea gaat, maar ook naar theater en concerten. Dat je van kunst en cultuur houdt en in je lessen met van alles pioniert om de nieuwsgierigheid van je leerlingen naar kunst en cultuur op te stoken. Hoe stook ik m’n leerlingen op voor theater binnen CKV, terwijl ik geen drama- of dansdocent ben?

Ik werkte tot 1 februari 2012 op de IVKO, een middelbare school voor vmbo-t en havo. Leren van Kunst is het motto. Leerlingen doen in minstens één kunstvak examen. Het is fijn op zo’n school CKV te geven. Welke kennis en welke vaardigheden bracht ik de leerlingen in die lessen over theater, en hoe? Mijn houvast bestond uit twee voornemens: elke les kunst laten horen en zien én elke les leerlingen zelf aan de slag laten gaan. Door zelf doen en zien doen zouden leerlingen weten wat acteren is, wat theatrale middelen zijn, wat speelstijlen zijn, en ze zouden dat alles ook herkennen in een theaterstuk. Soms schakelde ik mijn collega’s dans, drama en muziek in om bijvoorbeeld een verwerkingsles te geven in een actieve vorm. Vaak ben ik op het aanbod van theaters ingegaan om een bezoek voor te bereiden met een workshop.

Invoering CKV
Pionieren met lesprogramma’s en enthousiasmeren voor binnen- en buitenschoolse culturele activiteiten was de meeste kunstvakdocenten traditioneel al niet vreemd omdat kunst op school het moet hebben van kunst buiten school. De invoering van het vak CKV was voor mij een welkome legitimatie en extra aansporing om leerlingen op sleeptouw te nemen naar uiteenlopende culturele activiteiten. Het meeste geld dat er voor beschikbaar kwam, besteedde ik aan activiteiten die pasten bij de CKV-onderwerpen.

Workshops bij voorstellingen
Een workshop focust de aandacht op een thema of een speelstijl of een scène. Door een warming-up met lopen en rennen, raken de leerlingen al snel in een werksfeer waarin ze per groepje – een regisseur en twee spelers - bijvoorbeeld een simpele dialoog oefenen. Bij de presentatie benoemen de kijkers karakters en speelstijl van het spelende duo: bijvoorbeeld ‘boos en absurdistisch’ of ‘verliefd en soapachtig’, de leerlingen letten op beweging en gebaren – groot of klein, subtiel of overdreven. Ze analyseren met welke middelen boosheid wordt uitgedrukt: intonatie, mimiek, gebruik van attributen. Leerlingen en ikzelf leerden veel van zo’n basiscursus in een snelkookpan. Want hoe kort die ook is, bij de voorstelling zelf is het feest der herkenning van de ‘eigen’ scène groot, en ook de verwondering: de scène is toch anders dan zij zich hadden voorgesteld. Voor de leerlingen drama van die CKV-klas is zo’n aanpak gesneden koek. Zij zijn bij die workshops vaak de trekkers.

Nagesprekken
Napraten met regisseur en spelers bleek een succesformule te zijn. Voor de voorstelling van de Toneelmakerij Thaibox Verdriet was ik met een CKV-klas gevraagd voor de try out. Na afloop was er een diepgaand gesprek over het verband tussen acties en karakters. Klopten die bij elkaar? De regisseur was blij met de goede tips, en leerlingen vonden het ‘super’ om met acteurs te praten.
Dat eenzelfde voorstelling zeer uiteenlopende ervaringen genereert blijkt uit de kunstdossiers.

Eén leerling was geschokt door de ontdekking dat ze zich danig vergist had in een personage:
‘De overgang van het goede beeld dat ik van hem had naar het slechte beeld was een klap.
Er zijn ook gaten om zelf in te vullen met je eigen ideeën. Dat maakt het verhaal interessant en de kijker nieuwsgierig. Want wanneer kom ik meer te weten?’

Een ander had moeite met het stuk:
‘Maar naarmate ik langer naar het toneelstuk keek, rolde mijn gedachtes er toch een beetje in en kon ik er op zich wel van genieten. Wat leuk was om te merken was dat veel mensen moesten lachen om bepaalde karakters in het stuk, misschien kijk ik met een te kritische blik maar ik vond alle personages niet grappig; ze waren te uitgesproken en de bedoeling dat het expres grappig moest zijn vond ik ook niet leuk.
Hieraan kon ik dus merken hoe verschillend smaken kunnen zijn en ik dan toch meer van de kleine gebaartjes houd.’

De leukste reactie vond ik deze:
‘Thaibox Verdriet vond ik echt een leuke voorstelling. Ik hou wel van poëzie, het was leuk dat dat element er ook in voor kwam. Maar ik kreeg vooral heel veel adrenaline van het boksen. Die middag heb ik een vriend opgebeld en zijn we samen gaan trainen en nu, na 3 maanden, boks ik nog steeds.’

Verbinding met geschiedenis
Tenslotte wilde ik ook dat leerlingen weten dat elke theatervorm verbonden is aan geschiedenis en cultuur. Ik liet ze kijken, luisteren, lezen, onderzoeken en presenteren. Zij en ik maakten gebruik van op theater toegespitst beeldmateriaal op dvd en internet. Voor de voorstelling  moesten we in het theater zijn.

Ik ben nu met pensioen. Ik was eerstegraads docente tekenen (MO-b) en kunstgeschiedenis (doctoraal). In mijn 28-jarig verblijf op de IVKO gaf ik taalvisualisatie, fotografie en AV, was na de invoering van de Tweede Fase havoteamleider tot 2008, daarna cultuurcoördinator en verzorgde de vakken Kunst Algemeen (KUA)  en CKV. Dat werd aanvankelijk gesteund door bijscholing, een interessante ontdekkingsreis vooral op het gebied van dans, drama en muziek, inhoudelijke en vakdidactisch. Culturele en kunstzinnige vorming is ook persoonlijke vorming waardoor CKV zo goed past in het voortgezet onderwijs. In eerste instantie kreeg ik nog wel eens stagiaires die op hun opleiding weinig ‘deden’ aan CKV en KUA, laat staan aan vakdidactiek. Dat is nu veranderd. Ik ben blij dat er nu een eerstegraads docentenopleiding Kunstgeschiedenis, Kunst Algemeen en CKV is, en dat mijn opvolgster die heeft gevolgd. Mijn leerlingen zijn in goede handen.

andere artikelen

Over de toekomst van theater en CKV

Cock Dieleman - in 'Waarom theatereducatie?'

Opstoken

Els van Strien - in 'Hoe pak ik het aan?'

Van flirt naar echte verkering

Wilma Smilde - in 'Hoe kan ik samenwerken?'

Een mooie theaterervaring voor iedereen

Anoek Jentjens - in 'Naar het theater?'

Samenwerking in Den Haag: De Toneelalliantie

Redactie - in 'Hoe kan ik samenwerken?'

Lekker belangrijk!

Brechtje Zwaneveld - in 'Waarom theatereducatie?'

Deel dit op